Buiten zijn staat voor mij gelijk aan actief zijn, je lekker voelen, vrij zijn. Eigenlijk weet ik niet beter of ik ben buiten. Vroeger op de boerderij, vlak bij het bos, en bij scouting, was je altijd buiten. En nu, met de luxe van een flink stuk grond met schuur, is dat eigenlijk nog steeds zo. Een fijn weekend is een weekend buiten. Klussen, rommelen in de tuin. En bezig met de bijen én met hardlopen. 

Onbewust gelukkig. Een mooie afwisseling van, of balans met, mijn intensieve werk als klassiek geschoold organisatie-adviseur waarin veel maatschappelijke problemen langskomen. En waar ingewikkelde samenwerkingen nodig zijn om die, al is het maar een beetje, op te lossen. 

De laatste jaren zijn nogal zoekerige jaren. Vast helemaal volgens het levensloopboekje. Voor mij vooral het zoeken naar verbinding tussen wat ik écht wil, wat ik kan én hoe ik ook echt iets concreets voor de wereld kan betekenen. Dat buiten zijn, en dat werk, daar zat wel iets. 

Ik merkte dat voor het eerst bewust bij het Innovatienetwerk Jeugd waar ik een tijdlang actief voor ben geweest. Dat netwerk richtte zich op nieuwe initiatieven om problemen bij kinderen en jongeren, en daarmee jeugdzorg, te voorkomen. Veel van die initiatieven kwamen met apps, seriousgaming, online platforms. En ik voelde toen voor het eerst:  “waar is de natuur, waar is buiten?” Moeten we daar niet meer mee? Ik nam het idee mee toen ik me verbond aan Starters4communities en aan de slag ging met trainingsprogramma’s voor bottom sociaal ondernemen. 

Die stap bracht me onder meer bij de oude Steenfabriek van Udenhout. Die steenfabriek is er niet meer omdat het hele fabrieksterrein als helend landschap wordt teruggegeven aan de natuur. Alleen de voormalige showroom, het Heerkenshuis, is behouden als thuisbasis voor passende activiteiten.  Ik weet nog goed dat ik voor de eerste keer het zandpad richting het Heerkenshuis afreed en voelde dat de omgeving veel te vertellen had. Later spraken we ook over de stem van het landschap.

In de tussentijd had ik privé wat cursussen voor ambachtelijk houtbewerken gedaan, en deed ik de imker-opleiding omdat ik gefascineerd was geraakt door de honingbijen en alles wat daarbij komt kijken. En vooral hoe die beestjes zaken organiseren en oplossen, en dat vooral het beste doen als je er vanaf blijft. Wat door schade en schande steeds duidelijker werd. Ook hier had de natuur me wat te vertellen, en dus te leren. 

Dat kwam samen in de eerste versie van het trainingsprogramma voor Natúurlijk Ondernemen dat  we eind vorig jaar, 2020, bedachten. Met de natuur als inspiratiebron voor de verschillende stappen in sociaal ondernemerschap, en gesitueerd op de verdiepende plek van de Steenfabriek.  En bedacht als een vrij low profile trainingsprogramma voor jongeren die iets met een maatschappelijk of ecologisch initiatief willen doen. Zo maar als één van de trajecten die ik begeleid. 

De echte betekenis van deze stappen kwam eigenlijk pas in juni van dit jaar naar boven. Ik deed mee aan de training IKIGAI en benoemde voor het eerst, in de groep, dat mijn passie was om liefde voor en kennis van, de natuur in te zetten om de verbinding tussen de mens en de natuur te herstellen. 

Dat was een vrij indrukwekkende openbaring voor me, zeker toen de andere deelnemers daar heel geïnspireerd op reageerden. De natuur, en het feit dat wij daar onderdeel van zijn als vertrekpunt nemen, en van daaruit een gids te zijn voor anderen in het oplossen van hun vragen.  Poeh he. 

Ik heb de zomerperiode gebruikt om deze ambitie te laden, en te vertalen naar een min of meer concreet toekomstperspectief voor mezelf, en een behapbare strategie om daarnaar op weg te gaan. Waar ik eerst wat bleef steken op wat losse voorbeelden over “hoe de natuur het doet”, kwam ik al vrij snel op het spoor van Biomimicry en Bio-inspired business & innovation en de mensen daarachter ,zoals Jaco Appelman, Saskia van den Muijsenberg en Bowine Wijffels die daarin onvermoeibaar pionierswerk hebben gedaan, en nog doen. 

Het gedachtegoed van Biomimicry, en met name de “life’s principles” geven een waardevolle nieuwe basis aan mijn vak als organisatie-adviseur. Een soort van natuurlijke bedrijfskunde waarmee ik ook mijn werk als procesbegeleider bij samenwerking rond maatschappelijke vraagstukken van een nieuwe, duurzame inhoud kan voorzien. Veel van de life’s principles paste ik onbewust al toe omdat ze goed bij me passen. Dat heeft nu nog meer legitimatie. 

Een legitimatie die ik kracht bij ga zetten door voor het eerst sinds 1999 weer een eigen label te   voeren dat mijn verhaal uitdraagt en als vlag dient voor mijn activiteiten op weg naar herstel van de verbinding tussen mens en natuur, en daarmee naar duurzame samenleving, op en met de aarde.  

Ik nodig je graag uit om daar deelgenoot van te zijn.Richard Derks, 24-8-2021

Geef een reactie